De beeldroman, een langzaam, maar zeer werkend vergif.

Inleiding
De beeldromans waren nog maar nauwelijks op de markt verschenen of ze werden het mikpunt van hevige kritiek en kregen titels als giflectuur, flodderromans en schundliteratuur. Elke beeldroman, maar ook de reguliere strips die dagelijks in dagbladen werden afgedrukt zoals Tom Poes, belandden op de afvalhoop van de giflectuur.

De brief van het ministerie
Het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen nam al snel duidelijk stelling tegen de strips. In een schrijven, d.d. 19 oktober 1948 adviseerde de verantwoordelijke minister scholen als volgt: "indien gij het personeel Uwer scholen er, wellicht ten overvloede, op wilt wijzen, dat het gewenst is toe te zien, dat de leerlingen de beeldromans niet in de school brengen of onder hun makkers verspreiden." De minister gaf de ontvanger nog een tip mee: "Waar de omstandigheden dit wenselijk maken, waren de leerlingen te wijzen op het zeer oppervlakkige karakter van deze lectuur en op de talrijke boeken, die hun belangstelling meer waard zijn."

De mening van de media
Kranten en tijdschriften wezen in hun artikelen op de verderfelijke invloeden van de beeldroman. Zo bracht de wekelijks verschijnende AO in november 1948 een kleine studie over de beeldroman. Onder de veelzeggende titel "Moord in beeld" werden daar twee beeldromans behandeld: " Dodende muziek" uit de serie "De Moker" en van de "Panterserie" het verhaal " Het huis der doden". Dat de schrijver uiteindelijk tot een negatief oordeel kwam ("Het verderfelijkst is de ongezonde spanning, die men in deze beeldromans aantreft"), mag niet verwonderlijk zijn.
In een artikel in Vrij Nederland van 20 november 1948 spreekt Annie M.G. Schmidt over "Schundliteratuur" die bij een inval door de politie in de stationskiosk te Sittard in beslag werd genomen: "Meestal zijn deze verhaaltjes ontvoeringdrama, in de ergste gevallen sadistisch-erotisch, in alle gevallen onbenullig sensationeel."
In de Groene Amsterdammer kon men lezen over de twaalfjarige Peter die verslaafd bleek te zijn aan deze lectuur. Het gevolg was dat hij geen interesse in school had (zijn H.B.S.-rapport vertoonde flinke onvoldoendes) en op de pof leefde om zijn "drug" te verkrijgen.
In een ander artikel schreef dit weekblad: "...en zijn dit geen handgrepen om met alle geweld een domme, afgestompte massa te fokken, een smakelijke voedingsbodem voor elk totalitair streven?"
Het Christelijk Nationaal weekblad De Spiegel liet een aantal deskundigen aan het woord: W.G. van de Hulst, schrijver van vele christelijke kinderboeken, was resoluut in zijn oordeel: "Ik vind deze boekjes een langzaam, maar zeker werkend vergif. Ze hebben m.i. iets van opium."
Ook de toenmalige officier van justitie te Amsterdam, mr. B. Kist had geen goed woord over voor de beeldromans: "de kinderen kunnen er zo verslaafd aan raken dat ze vaak links en rechts gaan gappen om toch maar asjeblieft geld te hebben voor beeldromannetjes en, niet te vergeten, voor dwaze, opwindende films."
In een ingezonden brief in de Volkskrant schrijft F.T. die ondanks zijn opvoeding (door extra zakgeld aan zijn kinderen te geven voor de koop van goede boeken) beeldromans bij hen vindt en ze meteen in de kachel gooit: "Waarschijnlijk mijn eigen schuld omdat ik in mijn propaganda ben verflauwd."

De mening van de bibliotheken
Ook de bibliotheken ageerden vrij fel tegen de beeldromans: "Als de leeszaal zou beginnen de strijd tegen de beeldromans aan te binden, door strips in eigen huis te brengen, dan zou zij naar mijn overtuiging de kannibalen binnenvoeren, die van lieverlede het boek zelf verslinden; en een haard van besmettelijk nihilisme, dat ook anderen zou aansteken. De beeldroman is een volstrekte negatie van het boek, het ontstellende ziekteverschijnsel van een tijd, die in wanhoop aan zelfmoord van de geest toe is."

De rol van de (katholieke) kerk
De katholieke kerk mengde zich jaren later eveneens in de discussie. Het Lectuur-Repertorium, een uitgave van het Algemeen Secretariaat voor Katholieke Boekerijen uit 1953 waarin vele boekuitgaven vanaf de jaren dertig worden beschreven, noemt de beeldverhalen van Dick Bos "een serie, welke niets dan grove sensatie bevat" en "minderwaardig in literair, wetenschappelijk of vakkundig opzicht."

De reactie van uitgeverij Ten Hagen
Uitgeverij Ten Hagen die eigenlijk het succes van de beeldroman inluidde met de Dick Bos-serie, zag de discussie met leedwezen aan. De kritiek die geuit werd, was, volgens de katholieke uitgeverij, met name gericht op de nieuwe beeldromans, maar Dick Bos werd daarvan de dupe. Ten Hagen probeert het tij te keren met een informatiekaartje, ter grootte van een Dick Bos-boekje, met als titel "De DICK BOS-serie, een goede uitzondering!" Hierin legt de uitgeverij uit waarom: "Wij zijn van mening, dat de Dick Bos-serie tot de weinige onschadelijke beeldromans behoort en wel omdat Dick Bos met de politie samenwerkt en de misdadigers daaraan overlevert. Dick Bos doodt nimmer, doch maakt tegenstanders slechts onschadelijk door Jiu Jitsu grepen of een schot in de hand. Een moord wordt in deze serie bijna nooit uitgebeeld, zinneprikkelende plaatjes komen in deze serie niet voor."

Het standpunt van Godfried Bomans
Ook Godfried Bomans neemt in zijn column in Elseviers Weekblad afstand van de hetze tegen de beeldroman. Naar aanleiding van een incident in Enkhuizen waarbij een jongen zijn vriendinnetje vastbindt en op de spoorrails legt en er later op zijn kamertje beeldromans worden ontdekt, schrijft hij: "De lectuur is gezond. De vorm waarin zij werd teruggedrongen is slechts gebrekkig. Dit is een aesthetisch tekort, geen zedelijk gebrek. Door deze begrippen te verwarren, miskennen wij het wezen der romankunst."

Het resultaat van de hetze
Het is het begin van het einde. Uitgeverijen stoppen met hun series en slechts Ten Hagen houdt het nog even uit. Begin jaren vijftig herdrukt ze met redelijk succes een aantal Dick Bos-deeltjes. Einde aan de hetze? Neen, want in de jaren vijftig verschijnen er in de diverse media artikelen met koppen als "Beeldromans bedervers van de kinderziel" en "Strips dom en smaakbedervend, de meeste gevaarlijk." Het zou nooit meer goed komen met de beeldroman.
 

Bijgewerkt: 15-03-2018